Hoe dit is gedaan, hoe betrouwbaar het is, en wat de beperkingen zijn.
Leeswijzer
De citaten op deze pagina komen letterlijk van de archiefkaarten (Groninger Archieven, toegang 2183). De titels, samenvattingen en redeneringen zijn AI-gegenereerd en niet handmatig geverifieerd. Elk verhaal is een onderzoeksvraag, geen definitief antwoord. De bronvermelding (minr) verwijst naar de originele kaart, die publiek toegankelijk is via groningerarchieven.nl.
Terwijl u dit leest, draait er een onderzoeksassistent. Niet een mens — een script op een server in Duitsland dat 24 uur per dag, 7 dagen per week, elke kaart uit dit archief langsloopt bij zeven online bronnen.
Per persoon zoekt hij op voornaam en achternaam bij:
Niet elke naamsmatch is een bevestiging. “De Vries” staat op duizenden pagina’s. Daarom scoort de assistent elke hit in drie niveaus:
| Niveau | Wat matcht | Betrouwbaarheid |
|---|---|---|
| Weak | Alleen achternaam | Kan toeval zijn |
| Medium | Achternaam + voornaam, of achternaam + geboortejaar | Waarschijnlijk dezelfde persoon |
| Strong | Achternaam + voornaam + geboortejaar | Vrijwel zeker dezelfde persoon |
Elke “strong match” betekent dat een externe bron dezelfde persoon, met dezelfde naam en hetzelfde geboortejaar, vermeldt. Dat verhoogt het Bewijsbaarheidspercentage (BP) van het bijbehorende verhaal. Een hypothese die alleen op één kaart rust (BP 25%) kan naar 50% of hoger als een onafhankelijke bron dezelfde feiten bevestigt.
Het verschil: niet alleen “wij zeggen dit op basis van een kaart” maar “oorlogsbronnen.nl zegt het ook.”
De assistent draait sinds 6 april 2026 en wordt voortdurend verbeterd. Huidige status:
Elke hit maakt een verhaal sterker. Een externe vermelding is geen bewijs — het is een tweede bron die hetzelfde beweert. Maar twee onafhankelijke bronnen die dezelfde persoon, dezelfde datum en dezelfde gebeurtenis noemen, zijn samen sterker dan elk apart.
Het OVCG-archief documenteert niet het verzet zelf. Het documenteert wie na de oorlog β via getuigenissen, procedures en erkenningscommissies β als verzetsstrijder werd erkend.
Wie geen toegang had tot die procedures, wie geen getuigen had, wie geen formele organisatie vertegenwoordigde, heeft geen kaart gekregen.
Onze interpretatie: de 9 vrouwen met een eigen kaart op 3.150 kaarten weerspiegelen niet de deelname van vrouwen aan het verzet, maar de naoorlogse bureaucratie van de herinnering. Tientallen andere vrouwen verschijnen wel in het archief, maar alleen als vermelding op de kaart van hun man, vader of broer — als bijzin, niet als hoofdpersoon. Andere verklaringen zijn mogelijk.
Het is goed om bij dit archief niet alleen te kijken naar wat er op de kaarten staat, maar ook naar wie er geen kaart kreeg en waarom.
Elke historische bron heeft een ontstaansgeschiedenis die de inhoud kleurt. Dat geldt ook voor deze kaarten.
De OVCG-kaarten zijn na de oorlog aangelegd door Bob Houwen en Ad Mulder — niet door de verzetsstrijders zelf. Ze zijn gebaseerd op naoorlogse getuigenissen, erkenningsprocedures en interviews. Dat betekent:
Wij hebben een extra laag toegevoegd: AI-transcriptie. Die laag introduceert eigen fouten — verkeerd gelezen handschrift, verkeerd geïnterpreteerde afkortingen, verkeerd gekoppelde namen. Elke conclusie op deze site rust dus op twee foutbronnen: de bron zelf en onze lezing ervan.
De inventaris van de Groninger Archieven telt 4.615 kaarten. Daarvan konden 4.004 scans worden gedownload, en 3.150 zijn getranscribeerd met Google Gemini 2.5 Flash Vision AI. Doorlooptijd transcriptie: 100 minuten. De verificatie is nog niet af. Drie niveaus van zekerheid:
Elke kaart verwijst naar een inventarisnummer (minr) in Groninger Archieven, toegangsnummer 2183. Alle kaarten zijn publiek toegankelijk.
Elk verhaal heeft een BP-score: een transparant getal dat aangeeft hoe verifieerbaar de hypothese is. De BP-score is een werkmodel dat wij voor dit project hebben ontwikkeld — het is geen gevestigde historische methode. Het doel is om het verschil zichtbaar te maken tussen goed onderbouwde en nog onbevestigde hypotheses. De score is gebaseerd op vier meetbare criteria:
| Kaarten | Citaat | Extern gecheckt | Extern bevestigt | BP |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Nee | Nee | β | 10% |
| 1 | Ja | Nee | β | 25% |
| 1 | Ja | Ja | Nee | 30% |
| 1 | Ja | Ja | Ja | 50% |
| 2+ | Ja | Nee | β | 55% |
| 2+ | Ja | Ja | Nee | 70% |
| 2+ | Ja | Ja | Ja | 85% |
| 3+ | Ja | Ja | Ja | 95% |
Het percentage kan alleen stijgen als iemand de verificatie doet. De inbox onderaan deze pagina is de plek om bewijs aan te leveren.
Wij claimen niet dat de verhalen op deze pagina onbekend zijn. Familieleden kennen ze. Lokale historici kennen ze misschien. Ze staan mogelijk in boeken die niet gedigitaliseerd zijn, in archieven die niet online staan, in herinneringen die nooit zijn opgeschreven.
Wat wij claimen is bescheidener: deze verhalen waren tot april 2026 niet digitaal doorzoekbaar. Ze stonden op handgeschreven kaarten die alleen fysiek in te zien waren bij de Groninger Archieven, als je het inventarisnummer kende.
Onze virtuele onderzoeksassistent heeft elk verhaal doorzocht bij meerdere online bronnen, met naamvarianten, op verschillende dagen. Voor de verhalen waar niets werd gevonden geldt:
Wat “niet gevonden” betekent
Het betekent dat wij dit verhaal niet konden vinden bij de online bronnen die wij hebben doorzocht. Het betekent niet dat het verhaal onbekend is.
Ons zoekgebied is de gedigitaliseerde laag van het collectieve geheugen. Dat is een fractie van wat er bestaat. Boeken, lokale archieven, familieherinneringen, herdenkingsbijeenkomsten — die vallen buiten ons bereik.
Als u een van deze verhalen herkent, horen wij dat graag — niet om onze claim te beschermen maar om het verhaal completer te maken. Meld het via de inbox.
Het bestaande onderzoek naar het Groninger verzet is serieus en decennialang. Monique Brinks deed bijna tien jaar onderzoek naar het Scholtenhuis en documenteerde de daderbiografieën. Mieke Meiboom promoveerde in 2016 op duizenden dossiers uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging. Bob Houwen en Ad Mulder maakten de kaarten zelf. Anna van der Molen beheert ze vandaag. Het is heel goed mogelijk dat deze onderzoekers patronen hebben gezien — losse aantekeningen, mentale verbanden, handmatige lijstjes.
Wat er niet eerder is gedaan — voor zover wij kunnen nagaan — is de 4.615 kaarten als gestructureerde dataset behandelen en machinaal kruisverwijzen. De patronen die daaruit zichtbaar worden zijn het type verbanden dat handmatig vrijwel onmogelijk te vinden is in een archief van deze omvang: een verrader die pas op de vijfde kaart een patroon wordt, een prijslijst die pas bij de elfde vermelding zichtbaar wordt.
Wij claimen niet dat deze patronen onbekend zijn. Wij claimen dat ze op deze manier — over alle kaarten tegelijk, machinaal doorzoekbaar — niet eerder zichtbaar gemaakt konden worden. Als wij daarin ongelijk hebben, horen wij dat graag.
Vijf onafhankelijke kaarten noemen dezelfde verraderster over een periode van twee maanden. Dat patroon is onzichtbaar als je één kaart leest. Het wordt pas zichtbaar als je ze alle vijf naast elkaar legt.
Elf kaarten noemen bedragen waartegen de SD mensen vrijliet. Geen enkele kaart beschrijft een “systeem.” Maar samen tekenen ze een informeel corruptiesysteem — met een prijslijst.
Eén kaart noemt “3 namen om te vermoorden als represaille.” Een andere kaart noemt de moord zelf. Pas door kruisverificatie wordt duidelijk dat het om dezelfde dodenlijst gaat — en dat er een derde naam ontbreekt.
Vaders gepakt in plaats van zonen. Broers gearresteerd als drukmiddel. Vrouwen naar Vught gestuurd als represaille. Elk geval staat op een aparte kaart. Pas samen vormen ze het patroon: de SD gebruikte families als wapen.
Slachtofferkaarten noemen hun verraders bij naam. Geen enkele kaart was bedoeld als aanklacht. Maar samen, over 59+ kaarten, vormen ze een onbedoelde dadertabel — een register van verraad dat het archief nooit heeft willen aanleggen.
De individuele verhalen zijn vindbaar gemaakt. De patronen zijn zichtbaar gemaakt op een manier die eerder niet mogelijk was. Als dat niet klopt, corrigeer ons.
Dit is geen eindpunt. Dit is een beginpunt. Vijf concrete onderzoeksvragen:
Systematische identificatie van alle vrouwenmars-deelnemers in het OVCG-archief. Hoeveel hadden een eigen kaart? Hoeveel staan als bijzin? Hoeveel ontbreken?
99 kaarten noemen de verrader bij naam. Vergelijking met naoorlogse Bijzondere Rechtspleging-archieven: hoeveel zijn berecht? Hoeveel niet?
Hoeveel Groningse verzetsstrijders eindigden op de doodsschepen in de Lubecker Bocht? Cross-referentie met Arolsen Archives en KZ-Gedenkstatte Neuengamme.
Steekproefsgewijze verificatie van AI-transcripties tegen originele kaarten. Aanbevolen: 100 kaarten, twee onafhankelijke lezers.
De Groninger Archieven-inventaris telt 4.615 items. Wij konden 4.004 scans downloaden — de overige ~600 hebben geen digitale scan of zijn niet via het portaal bereikbaar. Van de 4.004 scans zijn 3.150 getranscribeerd. De rest wacht op verwerking. Wie staat er op die ontbrekende kaarten?
De volledige methode, bronverantwoording en ethische analyse is beschreven in:
Aslander, M. (2026). Agentic AI als methode voor familiegeschiedenisonderzoek in oorlogsarchieven. Preprint, april 2026.
DOI: 10.5281/zenodo.19478790 — Open access, CC BY 4.0.