Hoe het begon
Ik had net het MI5-boek van Christopher Andrew gedownload. Duizend pagina's over de geschiedenis van de Britse geheime dienst. James Gleick's The Information lag op de plank. En ergens op mijn server draaide sinds een paar weken een pipeline die WO2-dossiers doorploegt op zoek naar namen, data en tegenspraken.
Drie bronnen. Drie totaal verschillende werelden. Maar in mijn hoofd kruisten ze voortdurend.
Claude Shannon — de vader van informatietheorie, en de man waar Anthropics Claude naar vernoemd is —, leefde in dezelfde tijd als de MI5-officieren uit Andrews boek. De oorlogsinlichtingendiensten gebruikten dezelfde principes van codering en ruis die Shannon wiskundig zou beschrijven. En mijn onderzoek naar het Life Lens System probeerde te begrijpen hoe dezelfde werkelijkheid er anders uitziet afhankelijk van welke lens je gebruikt.
Ik dacht: wat als ik al die bronnen niet alleen lees, maar ze elkaar laat lezen?
Ik noemde het Mouseion, naar het Mouseion van Alexandrië — het onderzoeksinstituut bij de beroemde bibliotheek. Niet de opslag was bijzonder, maar dat er mensen zaten die de boeken lazen en kruisten.
Stop een boek in het systeem, en het systeem leest het. Het haalt er alle personen uit, alle organisaties, alle data, alle bronvermeldingen, alle begrippen. En dan kruist het die met alles wat er al in zit.
Shannon duikt op in Gleick. Maar ook in Bateson. Bell Labs verschijnt in drie bronnen die niets met elkaar te maken lijken te hebben. Het woord "informatie" betekent iets anders bij Shannon (een wiskundige grootheid) dan bij MI5 (intelligence) dan bij Husserl (intentioneel bewustzijn). Dat verschil wordt zichtbaar.
Elk onderdeel bestaat als losstaande tool of academisch concept. Microsoft heeft GraphRAG voor entity extraction. Stanford onderzoekt semantische verandering over tijd. Het platform nodegoat bouwt tijdlijnen voor historisch onderzoek. Maar niemand heeft het gecombineerd tot één persoonlijk onderzoeksinstrument dat boeken behandelt als archieven, cross-domein conceptmigratie traceert, en zijn eigen lexicon opbouwt uit de structuur die auteurs al hebben aangebracht.
De bouwstenen bestaan. Het gebouw niet. Tot nu.